ECLI:NL:RBDHA:2021:12219
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor haar asielprocedure.
Eiseres stelde dat zij vanwege ernstige psychische klachten niet naar Duitsland kan worden teruggestuurd, omdat zij daar mogelijk wordt teruggestuurd naar Nigeria waar haar veiligheid niet gegarandeerd is. Zij verzocht om een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA).
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat verweerder mocht aannemen dat Duitsland vergelijkbare medische zorg biedt. Er was onvoldoende objectief bewijs dat overdracht ernstige, onomkeerbare gevolgen voor haar gezondheid zou hebben. De enkele verklaringen van eiseres waren onvoldoende om nader onderzoek te rechtvaardigen.
De rechtbank wees het verzoek om aanhouding van de procedure af wegens gebrek aan concrete en tijdige medische informatie. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder mocht de asielaanvraag niet in behandeling nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is en onvoldoende medische gronden zijn aangevoerd tegen overdracht.