ECLI:NL:RBDHA:2021:12244
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijval pensioen- en stamrechtvoorziening bij aanslag vennootschapsbelasting 2016
Eiseres, een BV die optreedt als verzekeraar van pensioen- en stamrechtaanspraken, maakte bezwaar tegen de aanslagen vennootschapsbelasting (Vpb) over 2016 en 2017, alsmede tegen de daarbij berekende belastingrente en de vastgestelde verliesverrekening. De rechtbank beoordeelde onder meer de juistheid van de vrijval van de pensioen- en stamrechtvoorziening bij de aanslag Vpb 2016 en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de aanslag Vpb 2017.
De rechtbank stelde vast dat de vrijval van de pensioen- en stamrechtvoorziening op juiste wijze was berekend, onder meer door toepassing van een rekenrente van 4% conform artikel 3.29 Wet IB 2001 en een zakelijke jaarlijkse pensioenuitkering van € 8.305. De correcties van verweerder werden voldoende onderbouwd en eiseres voerde onvoldoende tegenbewijs aan. Het bezwaar tegen de aanslag Vpb 2017 werd terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Verder wees de rechtbank het verzoek van eiseres tot een integrale proceskostenvergoeding en schadevergoeding af, omdat de toegekende forfaitaire proceskostenvergoeding passend was en geen sprake was van verwijtbaar handelen door verweerder. Ook een beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen. De beroepen werden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.