ECLI:NL:RBDHA:2021:12396
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning wegens verantwoordelijkheid Italië volgens Dublinverordening
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw met een minderjarig kind en opnieuw zwanger, diende op 20 mei 2019 een asielaanvraag in Nederland in. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid weigerde de aanvraag te behandelen omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk werd geacht. Dit besluit werd aangevochten door eiseres.
De rechtbank hield de zaak aan in afwachting van een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de opvang van kwetsbare vreemdelingen in Italië. Het EHRM oordeelde in maart 2021 dat Italië adequaat opvang biedt en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, ook voor kwetsbare asielzoekers.
De rechtbank concludeerde dat de door eiseres overgelegde rapporten onvoldoende onderbouwing boden om van dit oordeel af te wijken. De rechtbank verwierp het beroep en oordeelde dat de overdracht aan Italië niet in strijd is met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel of andere rechtsbeginselen. Tevens werd overwogen dat de lange duur van de procedure geen reden is om overdracht te weigeren.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de rechtbank wees op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-behandeling van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië is ongegrond verklaard.