Eiseres, een Syrische vrouw, en haar minderjarige kind hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor Nederland mag vertrouwen op de naleving van internationale verplichtingen door Italië. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling in Italië, ook niet gezien de medische situatie van het kind met een verwijd nierbekken.
De medische gegevens tonen geen ernstige of onomkeerbare verslechtering van de gezondheidstoestand bij overdracht. De rechtbank acht de opvangvoorzieningen in Italië, ook voor kwetsbare groepen zoals alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, niet structureel ontoereikend. De toezeggingen van de staatssecretaris om medische controles af te wachten en gegevens te delen met Italiaanse autoriteiten wegen mee.
De rechtbank stelt vast dat Italië een claimakkoord heeft afgegeven en dat eiseres geen eigen ervaring heeft met de Italiaanse asielprocedure. Klachten over opvang of medische zorg dienen in Italië te worden ingediend. De prejudiciële vragen van een andere rechtbank bieden geen aanleiding tot een ander oordeel.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.