Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen als kennelijk ongegrond. De rechtbank heeft in een tussenuitspraak vastgesteld dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was over de geloofwaardigheid van het element 'problemen met de ooms'.
Verweerder heeft daarop een aanvullende beschikking ingediend waarin het gebrek is hersteld door te stellen dat de moord op/dood van eisers ouders en de bedreigingen ongeloofwaardig zijn, waardoor ook de problemen met de ooms niet geloofwaardig kunnen zijn. De rechtbank oordeelt dat deze aanvullende motivering toereikend is en dat verweerder het asielrelaas ongeloofwaardig heeft mogen achten.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het gaat om de motivering van het element 'problemen met de ooms', maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het gebrek is hersteld. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de proceskosten aan eiser.