Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
,eiseres,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij afzonderlijke besluiten van 28 mei 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Daarbij heeft verweerder tevens ambtshalve besloten dat eisers niet in aanmerking komen voor verlening van verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en dat aan hen evenmin uitstel van vertrek wordt verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vw 2000.
Overwegingen
The Iranian authorities know very well that many Iranians leave the country to seek asylum in the West, and that when they do so, they advance protection claims that by their nature will involve some criticism of the Iranian State. The Tribunal rejected the contention that is was reasonably likely that the Iranians would frame this as propaganda against the regime. On the contrary, the evidence before them indicated that an Iranian who had made up a story in order to claim asylum could re-enter the country without difficulty. It is only where ‘particular concerns’ arise that the subject will be sent for further questioning, and it is in this second-line questioning where the potential for ill-treatment will arise.””
5.29 Authorities pay little attention to failed asylum seekers on their return to Iran. (…)Questioning usually takes between 30 minutes and one hour, but may take longer where the returnee is considered evasive in their answers and/or immigration authorities suspect a criminal history on the part of the returnee. Arrest and mistreatment are not common during this process. A well-placed source was not aware of voluntary returnees being prosecuted for criticizing the Islamic Republic, converting to Christianity or proselyting while abroad on their return to Iran.
Rechtbank: Bedoeld zal zijn de Afdelingsuitspraak van 12 mei 2021], ECLI:NL:RVS:2021:977, rechtsoverweging 5.7, de ongeloofwaardigheid van de bekering niet met kennis en activiteiten compenseren.
dezelfdeGod was als voor wie hij vreesde. Eiser heeft dus enerzijds een duidelijk onderscheid gemaakt tussen zijn persoonlijke God en de islamitische God en heeft anderzijds verklaard dat hij voor dezelfde God bleef vrezen. Dit klemt temeer nu hij heeft gesteld dat het besef dat hij niet meer bang hoefde te zijn voor God een nadrukkelijke rol heeft gespeeld in zijn proces van bekering. Het zou als het ware het beginpunt hebben gevormd van het proces van bekering. Immers, vanaf het moment dat hij dit via zijn vrouw begreep, is hij naar zijn zeggen al zijn wensen aan God gaan richten en zich gaan verdiepen in het christendom.
allebekeringszaken. Hij kijkt alleen nog naar de andere pijlers als de vreemdeling een genoegzame verklaring heeft voor de omstandigheid dat hij op één van de pijlers (elementen) minder goed kan verklaren. Dit betekent voor eisers dat het er niet mee toe doet of zij verweerder hebben weten te overtuigen op de pijlers 2 en 3. Deze pijlers kunnen pijler 1 nooit meer compenseren omdat zij geen genoegzame verklaring hebben waarom zij ongeloofwaardig over hun motieven voor en proces van bekering hebben verklaard.
steedsbezien worden in hun onderlinge samenhang, maar ook in het licht van de overige omstandigheden, zoals de overige verklaringen van een vreemdeling en door hem versterkte gegevens in de eventueel eerder procedures. Dit betekent dat de IND een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling maakt, waarin alle informatie uit het dossier wordt betrokken en waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden, achtergrond en leeftijd van de vreemdeling (zie pagina’s 3 en 4 van de werkinstructie).
altijdkenbaar in zijn besluit zal beoordelen of, bij ontoereikende verklaringen over één van de elementen, de verklaringen over de andere twee elementen de ontoereikendheid van de verklaringen over het andere element kunnen compenseren.