Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
16 november 2021 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: mr. R. Zilver),
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond voor zover deze gericht zijn tegen de boetebeschikkingen;
- vernietigt in zoverre de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de boetebeschikkingen tot de navolgende boetebedragen € 7.650 (2006), € 7.609 (2007), € 7.532 (2008), € 22.469 (2009), € 22.479 (2010), € 22.509 (2011) en € 22.563 (2012) en bepaalt dat in zoverre deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- verklaart de beroepen voor het overige ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 1.122;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiser te vergoeden.
Overwegingen
- of terecht en tot het juiste bedrag de navorderingsaanslagen voor de jaren 2006 en 2007 zijn opgelegd;
- of de navorderingsaanslagen voor de jaren 2008 tot en met 2014 terecht met de toepassing van de omkering en verzwaring van de bewijslast zijn opgelegd;
- of de vermogensrendementsheffing van artikel 5.2, eerste lid, Wet IB 2001 in de jaren 2013 en 2014 in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (artikel 1 EP Pro);
- of de boetebeschikkingen voor de jaren 2006 tot en met 2012 terecht en tot de juiste bedragen zijn vastgesteld.