Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
€ 34.922
€ 0-
€ 21.330-
€ 28-
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2015, waarbij de Inspecteur de box 3-heffing toepaste op basis van een forfaitair rendement van 4%. De Rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig beslissen op bezwaar, maar kende wel een immateriële schadevergoeding toe aan belanghebbende.
In hoger beroep betwistte belanghebbende de rechtmatigheid van de box 3-heffing in relatie tot artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, en stelde dat de Rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling oplegde aan de Inspecteur. Het hof oordeelde dat de forfaitaire heffing voor 2015 niet anders beoordeeld wordt dan voor 2013 en 2014, waarbij geen sprake was van een individuele buitensporige last.
Het hof veroordeelde de Inspecteur wel tot vergoeding van proceskosten wegens overschrijding van de redelijke beslistermijn en kende vergoeding toe van reiskosten en verletkosten. Daarnaast werd het betaalde griffierecht in hoger beroep aan belanghebbende vergoed. De klacht over schending van de AVG en het Handvest werd niet inhoudelijk behandeld omdat de gegevens niet in de beoordeling waren betrokken.
Uitkomst: Het hof bevestigt de box 3-heffing 2015 maar veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.