ECLI:NL:RBDHA:2021:12979
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en herziening bijstandsuitkering wegens niet tijdig aanleveren gevraagde gegevens en onrechtmatige bijschrijvingen
Eisers ontvingen vanaf 20 maart 2014 een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Verweerder heeft het recht op bijstand vanaf 1 juli 2019 ingetrokken nadat eisers niet binnen de gestelde termijn de gevraagde gegevens van een Unibet-account hadden overgelegd. Tevens heeft verweerder de bijstand over de periode 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 herzien en een bedrag van € 2.137,31 teruggevorderd wegens bijschrijvingen op de bankrekening van eisers.
Eisers stelden dat de opschorting onrechtmatig was en dat zij de stukken later alsnog hebben aangeleverd, maar de rechtbank oordeelde dat zij tijdig contact hadden moeten opnemen met Unibet en dat het niet tijdig aanleveren hen te verwijten is. Ook was het niet relevant dat de stukken inhoudelijk beoordeeld waren, omdat de intrekking gebaseerd was op het niet tijdig aanleveren.
Verder werd geoordeeld dat de bijschrijvingen op de bankrekening als inkomsten moesten worden aangemerkt, ongeacht dat eisers stelden dat het leningen betrof. Door het niet onverwijld informeren van verweerder over deze inkomsten, schonden eisers hun inlichtingenverplichting, wat rechtvaardigde dat verweerder de bijstand herzag en terugvorderde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan op 11 november 2021 door rechter C.J. Waterbolk.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en herziening van de bijstandsuitkering bevestigd.