ECLI:NL:RBDHA:2021:13294
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid relaas over bedreiging en vlucht uit Sierra Leone
Eiser, een Sierra Leoonse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning vanwege een conflict met een lid van een geheim genootschap en een daaropvolgende aanval waarbij een vriend van hem overleed. Hij stelde dat hij na deze gebeurtenissen het land ontvluchtte uit vrees voor vervolging.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het relaas, onder meer omdat eiser grotendeels op horen zeggen baseerde dat hij werd gezocht en zijn ontsnapping aan de belagers onwaarschijnlijk leek. Daarnaast was eiser niet verschenen voor een medisch onderzoek door de FMMU, hoewel hij daarvoor was uitgenodigd.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht het relaas ongeloofwaardig achtte. Het ontbreken van bewijs dat de uitnodiging voor het medisch onderzoek daadwerkelijk is ontvangen, leidt niet tot onzorgvuldigheid omdat eiser zonder beperkingen kon worden gehoord. Ook het overgelegde nieuwsartikel wordt niet als betrouwbaar bewijs gezien.
Gelet op de onvoldoende aannemelijkheid van het asielverhaal komt eiser niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van het relaas.