ECLI:NL:RVS:2021:2866
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 7 september 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 26 november 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen in afwachting van het hoger beroep gegrond is, mede gelet op eerdere jurisprudentie. Daarom werd bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, specifiek de kosten van rechtsbijstand door een derde, tot een bedrag van € 748,00. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. Meijer op 20 december 2021.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.