ECLI:NL:RBDHA:2021:13483
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen verblijfsvergunning
Eiser had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank stelt vast dat na vernietiging van het eerdere besluit door de bestuursrechter geen termijn was gesteld waarbinnen verweerder een nieuw besluit moest nemen. Volgens vaste jurisprudentie moet dan eerst een ingebrekestelling worden gedaan voordat beroep kan worden ingesteld.
Eiser stuurde op 22 september 2021 een ingebrekestelling, maar de termijn voor verweerder om te beslissen liep nog tot 7 oktober 2021. Hierdoor was de ingebrekestelling te vroeg en niet rechtsgeldig. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:12 Awb Pro.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak die bevestigen dat zonder gestelde termijn eerst ingebrekestelling vereist is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Meijers en griffier J.C. de Grauw.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een te vroeg gestuurde ingebrekestelling.