Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 november 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Leiden, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een gepensioneerde met langdurige gehoorstoornis, vroeg bijzondere bijstand aan voor hoortoestellen. Verweerder wees dit af op grond van de Participatiewet, omdat de Zorgverzekeringswet een passende en toereikende voorliggende voorziening vormt, ondanks dat deze niet alle kosten dekt.
Eiser stelde dat hij vanwege zijn gehoorverlies en financiële situatie bijzondere bijstand nodig had. De rechtbank overwoog dat de Participatiewet geen bijstand verleent indien een voorliggende voorziening passend en toereikend is. De Zorgverzekeringswet geldt als zodanig voor medische hulpmiddelen zoals hoortoestellen.
De rechtbank vond geen bewijs voor dringende redenen die een uitzondering op deze regel rechtvaardigen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde niet, omdat eerdere verstrekkingen geen toezegging voor toekomstige bijstand inhielden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de aanvraag voor bijzondere bijstand af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor hoortoestellen wordt ongegrond verklaard.