ECLI:NL:CRVB:2017:613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor fysiotherapie bij ziekte van Bechterew wegens ontbreken acute noodsituatie
Appellant, een Wajong-uitkeringsgerechtigde met de ziekte van Bechterew, vroeg bijzondere bijstand aan voor fysiotherapiekosten. Het college wees de aanvraag af omdat appellant aanspraak kon maken op een voorliggende voorziening en er geen acute noodsituatie was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde met het argument dat het uitblijven van fysiotherapie zou leiden tot blijvend letsel of invaliditeit, en dat bijzondere bijstand noodzakelijk was vanwege financiële beperkingen.
De Raad beoordeelde of er sprake was van zeer dringende redenen volgens artikel 16 PW Pro. Medische verklaringen bevestigden de noodzaak van langdurige fysiotherapie, maar boden geen aanwijzingen voor een acute noodsituatie die levensbedreigend is of blijvend ernstig letsel veroorzaakt.
Daarnaast was niet gebleken dat appellant niet binnen afzienbare tijd zijn premieachterstand kon inlossen om zich aanvullend te verzekeren. De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat bijzondere bijstand onvermijdelijk was en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor fysiotherapie wordt afgewezen wegens het ontbreken van een acute noodsituatie.