ECLI:NL:RBDHA:2021:13844
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vaststelling WIA-dagloon inclusief starterskorting
Eiseres, werkzaam als chefkok, ontving een WIA-uitkering vanaf 30 juni 2020, gebaseerd op een dagloon van €94,73. Zij betwistte de hoogte van dit dagloon, omdat haar eerdere WW-uitkering was gebaseerd op een hoger dagloon van €108,71. Eiseres stelde dat het dagloon voor de WIA gelijk moest zijn aan het oorspronkelijke salaris en dat de starterskorting niet meegenomen mocht worden.
De rechtbank oordeelde dat het WIA-dagloon correct was vastgesteld op basis van een latere referteperiode met een lager sv-loon. De 100/70-berekening die eiseres aanvoerde was reeds toegepast. Het verschil in dagloon komt door de starterskorting die eiseres ontving tijdens een deel van de referteperiode, waarbij zij 29% minder WW-uitkering kreeg.
De rechtbank stelde vast dat de starterskorting geen punitieve sanctie is, maar een eigen keuze van eiseres om met behoud van WW-uitkering als zelfstandige te starten. Het meenemen van de feitelijk ontvangen uitkering in de dagloonberekening is niet in strijd met het Dagloonbesluit of het loondervingsbeginsel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van het WIA-dagloon wordt ongegrond verklaard.