ECLI:NL:RBDHA:2021:14015
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging overdrachtsbesluit Dublinprocedure wegens onvoldoende toetsing aan artikel 3 EVRM en artikel 4 Handvest
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het overdrachtsbesluit waarbij hij aan Italië zou worden overgedragen op grond van de Dublinverordening. Hij voert aan dat in Italië ernstige tekortkomingen bestaan in de asielprocedure en opvang, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro oplevert.
Verweerder heeft het beroep afgewezen en betoogt dat toetsing aan deze artikelen niet vereist is zolang eiser geen verzoek om internationale bescherming in Nederland heeft ingediend. De rechtbank oordeelt echter dat deze uitleg in strijd is met het Unierecht, met name artikel 51 van Pro het Handvest en artikel 27 van Pro de Dublinverordening, en dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van een beoordeling van de schendingen.
De rechtbank vernietigt het besluit wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht en onvoldoende motivering. Tegelijkertijd laat zij de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het overdrachtsbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende toetsing aan artikel 3 EVRM en artikel 4 Handvest, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.