ECLI:NL:RBDHA:2021:11835
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. van Veelen
- M.M. Vollebregt - Kuipers
- R.J. van Lochem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht aan Italië op grond van Dublinverordening ondanks kwetsbaarheid
Eiseres, een alleenstaande vrouw met een minderjarig kind, verzocht in Nederland asiel, maar haar aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiseres betoogde dat Italië tekortschiet in opvang en asielprocedure, waardoor overdracht in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro en het arrest Jawo. De rechtbank hield de zaak aan in afwachting van het EHRM-arrest M.T. tegen Nederland.
Het EHRM oordeelde dat na wetswijzigingen in Italië de opvangvoorzieningen adequaat zijn, ook voor kwetsbare personen, en dat overdracht geen schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie in Italië sinds deze arresten is verslechterd of dat individuele garanties noodzakelijk zijn.
Verder stelde eiseres dat overdracht onevenredige hardheid oplevert vanwege de lange duur van de procedure en het belang van het kind. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met het belang van het kind en dat de omstandigheden onvoldoende zijn onderbouwd om overdracht te weigeren.
Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard.