ECLI:NL:RBDHA:2021:14459
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor splitsing en verandering souterrain woning
Eiser vroeg op 5 mei 2019 een omgevingsvergunning aan voor het bouwkundig splitsen van zijn woning en het veranderen van het souterrain, met het doel het souterrain als zelfstandige woonruimte te verhuren. Verweerder weigerde de vergunning omdat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan 'Belgisch Park', dat splitsing van woningen verbiedt, en omdat het souterrain niet als bouwlaag wordt beschouwd maar als onderbouw.
Eiser voerde aan dat het souterrain vanwege historisch gebruik als bouwlaag moet worden aangemerkt en dat het niet de bedoeling was splitsing te voorkomen. Dit betoog werd verworpen omdat de planregels duidelijke definities bevatten en de letterlijke tekst leidend is. Daarnaast kon verweerder het belang van het restrictieve splitsingsbeleid zwaarder laten wegen dan het financiële belang van eiser.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat een toezegging was gedaan dat de vergunning zou worden verleend. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht niet meewerkte aan het bouwplan, ook niet via de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor splitsing en verandering van het souterrain.