ECLI:NL:RVS:2024:820
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor splitsing woning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 26 juni 2019 een omgevingsvergunning geweigerd voor het bouwkundig splitsen van een woning aan een locatie in Den Haag. De aanvraag betrof het inrichten van het souterrain als zelfstandige woning met keuken, toilet en douche, bedoeld voor verhuur aan expats. Het college kwalificeerde dit als handelen in strijd met het bestemmingsplan "Belgisch park" dat splitsing van woningen verbiedt.
De rechtbank bevestigde deze weigering in november 2021, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de aanvraag inderdaad een splitsing betreft en dat de planregels letterlijk moeten worden uitgelegd. Het souterrain valt onder de definitie van onderbouw en telt daarom niet als een volledige bouwlaag, waardoor niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor afwijking binnen het bestemmingsplan.
Verder heeft het college terecht geweigerd om medewerking te verlenen aan een buitenplanse afwijking, gelet op het restrictieve beleid van de gemeente om grote gezinswoningen te behouden. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel slaagt niet, omdat appellant geen concrete gelijke gevallen aanvoert en onvoldoende bewijs levert van toezeggingen van het college.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het vonnis van de rechtbank. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning wordt bevestigd.