Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
25 februari 2019 loon van haar (ex-)werkgever heeft ontvangen. Daarna heeft zij geen loon meer ontvangen. De bedragen die in SUWI-net staan, over de periode na 25 februari 2019, zien op loon uit voorgaande dienstbetrekking. Hoewel de arbeidsovereenkomst feitelijk pas per 1 mei 2019 is beëindigd is vanaf 25 februari 2019 het dienstverband inhoudsloos geworden. Het SV-loon werd door de (ex-)werkgever steeds een maand later uitbetaald. De betaling van het SV-loon van € 1.963,77 in februari 2019 ziet dus op het loon van januari 2019. De betaling van het SV-loon van € 2.088,41 in maart 2019 bestaat uit twee onderdelen, namelijk het SV-loon van februari 2019 van € 1.102,99 en de winstuitkering van € 985,42. De winstuitkering is onderdeel van de eindafrekening en gaat over het jaar 2018. De betaling van het SV-loon van € 3.934,02 (in SUWI-net opgenomen in april 2019) komt overeen met de betaling van vakantiedagen, vakantiegeld, en de dertiende maand, opgenomen op een van de loonstroken van mei 2019. Deze betaling is een onderdeel van de eindafrekening. In april heeft er geen betaling plaatsgevonden aan eiseres. Het in mei 2019 uitbetaalde bedrag van € 68,30 is een pensioencompensatie over de periode tot 25 februari 2019. Deze betaling is een onderdeel van de eindafrekening. Het is beleid van verweerder dat ontvangen vakantiegeld en een vergoeding voor openstaande vakantiedagen in een eindafrekening niet in mindering worden gebracht op een WIA-uitkering, zoals in de brief van verweerder van 2 februari 2017 is aangegeven.
€ 2.088,41 heeft dus geen betrekking op door eiseres verrichte arbeid in de maand februari 2019, zoals door eiseres is gesteld. Van de maand april 2019 is geen loonstrook aanwezig omdat toen de loondoorbetaling is stopgezet. In mei 2019 heeft de (ex-)werkgever een opgave gedaan van SV-loon van € 3.934,02. Dit betreft een betaling aan eiseres die heeft plaatsgevonden ter verrekening van zogenoemde openstaande vakantiedagen, vakantiegeld en de dertiende maand. Tot slot is er door de (ex-)werkgever een opgave gedaan van een betaling van het SV-loon van € 68,30, bestaande uit een pensioencompensatie betreffende de periode tot 25 februari 2019.