ECLI:NL:RBDHA:2021:14495
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. de Kleine
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor inrichtings- en verhuiskosten wegens aanwezigheid voorliggende voorziening
Eiseres heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor inrichtings- en verhuiskosten na een noodzakelijke verhuizing. Verweerder wees de aanvraag af op grond van het bestaan van een passende voorliggende voorziening, namelijk een lening bij de gemeentelijke kredietbank tot € 2.900,-. Eiseres voerde aan dat zij geen lening kon afsluiten en dat de verhuizing onvoorzien was, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat kredietverlening door de gemeentelijke kredietbank als voorliggende voorziening geldt en dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij hiervan geen gebruik kon maken. Daarnaast was de verhuizing voorzienbaar, aangezien eiseres sinds 2018 gescheiden was en op zoek naar een nieuwe woning. Ook het niet kunnen reserveren voor de kosten werd niet als bijzondere omstandigheid erkend.
Omdat eiseres slechts voor het bedrag boven de lening van € 2.900,- bijzondere bijstand kan aanvragen, en zij geen bijzondere omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt, is niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 35 van Pro de Participatiewet. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard.