ECLI:NL:CRVB:2019:1475
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten woninginrichting en kinderkamers
Appellante, een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, verzocht bijzondere bijstand voor woninginrichting en stoffering, mede in verband met een mogelijke thuisplaatsing van haar kinderen. De kinderen waren echter uit huis geplaatst en er was geen aannemelijk bewijs dat een thuisplaatsing aanstaande was.
Het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen wees de aanvragen af, stellende dat de kosten niet noodzakelijk waren en niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden. Appellante voerde aan dat zij vanwege een schuldregeling niet kon reserveren, maar de Raad volgde de vaste rechtspraak dat schulden geen bijzondere omstandigheid vormen voor bijzondere bijstand.
Verder werd het beroep op het recht op gezinsleven afgewezen, omdat het onthouden van bijzondere bijstand niet leidt tot belemmering van dit recht. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank Rotterdam en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor woninginrichting en kinderkamers.