ECLI:NL:RBDHA:2021:14496
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde betaalde seksuele diensten
Eiseres ontving sinds 2003 een WAO-uitkering die in 2019 werd ingetrokken en teruggevorderd voor de periode van 2008 tot 2019, omdat verweerder aannam dat zij seksuele diensten tegen betaling verrichtte zonder dit te melden. Dit werd onderbouwd met een onderzoek van het HEIT, politierapporten, advertenties op websites en bankafschriften.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat eiseres betaalde seksuele diensten verrichtte en dat zij haar inlichtingenplicht had geschonden door dit niet te melden. Eiseres slaagde er niet in overtuigend tegenbewijs te leveren. De terugvordering van de uitkering en voorschotten werd daarom gegrond verklaard.
Daarnaast werd het verzoek van eiseres om herziening van de intrekking afgewezen omdat zij niet aan haar inlichtingenplicht had voldaan en geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd. De rechtbank vond geen dringende redenen om van terugvordering af te zien, ondanks psychische klachten van eiseres.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de WAO-uitkering bevestigd.