ECLI:NL:RBDHA:2021:14514
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. de Kleine
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking bijstandsuitkering onterecht wegens voldoende bewijs bankafschriften
Eiser ontving sinds maart 2015 een bijstandsuitkering. Verweerder trok deze in en herzag het recht op bijstand over diverse maanden vanwege vermeende schending van de inlichtingenplicht en onvoldoende bewijs van geldstromen op de bankrekening.
Eiser leverde bankafschriften en verklaarde dat hij contant geld opnam en terugstortte om beslaglegging te voorkomen. De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende medewerking had verleend en dat het ontbreken van verklaring voor twee kleine overschrijvingen niet tot intrekking mocht leiden.
De rechtbank stelde vast dat de stortingen eigen geld betroffen en niet als inkomen konden worden aangemerkt. Hierdoor was de grondslag voor herziening en terugvordering komen te vervallen. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en herziening van de bijstand wordt vernietigd.