ECLI:NL:RBDHA:2021:14617
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking aanvullende inkomensvoorziening ouderen onrechtmatig wegens niet-bekendmaking opschortingsbesluit
Eiser ontving een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) naast zijn AOW-pensioen. Verweerder, de Sociale Verzekeringsbank, schortte de AIO op 12 mei 2021 op wegens het niet aanleveren van gevraagde gegevens en trok deze per 21 juni 2021 in. Eiser betwistte dat hij het opschortingsbesluit had ontvangen en stelde dat de intrekking daarom niet rechtsgeldig was.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder niet kon aantonen dat het opschortingsbesluit was verzonden naar het juiste adres, noch dat eiser het had ontvangen. Hierdoor kon de intrekking niet rechtsgeldig plaatsvinden omdat de opschorting niet bekend was gemaakt. Het subsidiaire standpunt van verweerder dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden, werd eveneens verworpen omdat er geen bewijs was dat eiser onjuiste of onvolledige informatie had verstrekt.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept de primaire besluiten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de zaak finaal werd afgedaan. Eiser werd vrijgesteld van griffierecht en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €3.312,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de AIO-aanvulling wordt vernietigd wegens onvoldoende bekendmaking van het opschortingsbesluit.