ECLI:NL:RBDHA:2021:15401
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over gezins- en familiebanden bij machtiging voorlopig verblijf Syrië
Eisers, staatloze personen uit Syrië, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om bij hun zoon (referent) en diens gezin in Nederland te verblijven. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvragen af op grond dat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen eisers en referent, en dat er geen hechte persoonlijke banden zijn tussen eisers en hun kleinkinderen.
De rechtbank toetste het besluit en concludeerde dat de Staatssecretaris zich voldoende had gemotiveerd over het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eisers en referent, mede vanwege de toegang van eisers tot medische zorg en het ontbreken van bewijs dat alleen referent voor hen kan zorgen. Echter, de rechtbank vond dat het besluit onvoldoende had gemotiveerd waarom er geen hechte persoonlijke banden zouden zijn tussen eisers en hun kleinkinderen, terwijl vaststaat dat zij langere tijd samenwoonden en betrokken waren bij opvoeding.
Vanwege dit motiveringsgebrek stelde de rechtbank de Staatssecretaris in de gelegenheid het besluit te herstellen binnen vier weken, met een termijn van twee weken om aan te geven of hij hiervan gebruik zal maken. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak. Tegen deze tussenuitspraak is nog geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank wijst op een motiveringsgebrek in het besluit van de Staatssecretaris en stelt hem in de gelegenheid dit binnen vier weken te herstellen, waarna de verdere beslissing wordt aangehouden.