Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 februari 2021 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank zal eerst beoordelen of verweerder heeft kunnen afzien van het horen van eiseres, dan wel referent in bezwaar. De rechtbank overweegt dat van horen kan worden afgezien indien het bezwaar kennelijk ongegrond is. [2] Volgens vaste rechtspraak vormt het horen een essentieel onderdeel van de bezwaarschriftprocedure en kan daarvan slechts worden afgezien indien er, naar objectieve maatstaven bezien, op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder in het verweerschrift heeft opgemerkt dat hij niet langer aan eiseres tegenwerpt dat referent enige tijd een uitkering heeft ontvangen op grond van de Ziektewet waardoor het standpunt vervalt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat referent een aaneengesloten periode van een jaar voldoende inkomen uit arbeid in loondienst heeft gehad. Daarom zal de rechtbank hier verder niet op ingaan.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;