Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst de verzoeken om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eisers van Syrische nationaliteit werden op 4 februari 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concrete Dublin-overdracht naar Frankrijk en het risico op het onttrekken aan toezicht.
Eisers stelden dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting was omdat zij weigerden mee te werken aan een verplichte Covid-test die nodig was voor de overdracht naar Frankrijk. De rechtbank stelde vast dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt wanneer vreemdelingen niet meewerken aan hun uitzetting volgens vaste rechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van eisers om mee te werken aan de coronatest niet leidt tot onrechtmatigheid van de bewaring. De maatregel was gericht op overdracht en toezicht daarop, en eisers mochten worden verlangd mee te werken aan de test. De bewaring werd pas opgeheven toen duidelijk werd dat de overdracht door de weigering niet meer mogelijk was.
Daarom zijn de beroepen ongegrond verklaard en zijn de verzoeken om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de bewaring zijn ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding zijn afgewezen.