ECLI:NL:RBDHA:2021:15663
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende identiteitserkenning Eritrese vreemdeling
Eiseres, een Eritrese vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als nareiziger bij haar referent die een verblijfsvergunning asiel heeft. De aanvraag werd door de Staatssecretaris afgewezen omdat eiseres haar identiteit en huwelijk niet aannemelijk kon maken met officiële documenten. De rechtbank oordeelt dat eiseres geen plausibele reden heeft gegeven voor het ontbreken van een Eritrese identiteitskaart, terwijl ambtsberichten aangeven dat het verkrijgen van dergelijke documenten mogelijk was.
De rechtbank stelt vast dat de door eiseres overgelegde documenten, waaronder een doopakte en een kerkelijke huwelijksakte, vals zijn bevonden door het Bureau Documenten. Ook het vluchtelingendocument uit Oeganda biedt onvoldoende bewijs van identiteit. Hierdoor is de identiteit van eiseres niet aangetoond en is er geen aanleiding voor aanvullend onderzoek.
Omdat de identiteit niet is vastgesteld, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van het huwelijk of de mogelijke strijdigheid met artikel 8 EVRM Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de identiteit en het huwelijk, waardoor de machtiging tot voorlopig verblijf wordt geweigerd.