ECLI:NL:RBDHA:2021:15668
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en inreisverbod wegens niet-rechtmatig verblijf tijdens coronapandemie
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen het terugkeerbesluit en het daarbij behorende inreisverbod ongegrond verklaard. Het bestreden besluit, genomen op 9 september 2020 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verplicht eiser de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en legt een inreisverbod van twee jaar op.
Eiser erkent niet langer rechtmatig in Nederland te verblijven, maar voert aan dat terugkeer naar Marokko vanwege de coronapandemie onmogelijk is door lockdowns en stilgelegd vliegverkeer. Daarnaast beroept hij zich op familiebanden in Nederland en Spanje, waardoor het inreisverbod hem ernstig zou treffen.
De rechtbank oordeelt dat de Staatssecretaris terecht het terugkeerbesluit heeft genomen, aangezien eiser niet rechtmatig verblijft en geen aanvraag tot verlenging van de vertrektermijn heeft ingediend. De coronapandemie vormt geen grond om af te zien van het terugkeerbesluit. Het inreisverbod is eveneens terecht opgelegd, omdat er een risico bestaat dat eiser zich aan toezicht zal onttrekken en er geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen. De rechtbank vindt de motivering van het besluit deugdelijk en wijst het beroep af.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.