ECLI:NL:RBDHA:2021:15708
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor zelfstandige arbeid en gezinsverblijf
Eiser, samen met zijn echtgenote en kinderen, heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd voor het verrichten van zelfstandige arbeid en gezinsverblijf. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvragen af op basis van een negatief advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO).
De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat met zijn zelfstandige arbeid een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend. Het RvO-advies is zorgvuldig tot stand gekomen en bevat een puntenstelsel waarbij eiser 63 punten kreeg, maar geen punten voor toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie. Eisers betwisten het advies, maar leveren geen overtuigend contra-expertiserapport.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht concludeerde dat eiser geen masterdiploma kon aantonen, geen aantoonbaar ICT-netwerk had en het gereserveerde bedrag niet gegarandeerd in de onderneming zou investeren. Ook zijn bezwaren tegen het RvO-advies zijn onvoldoende onderbouwd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het beroep voor de gezinsleden eveneens, aangezien geen aparte beroepsgronden zijn aangevoerd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.