ECLI:NL:RBDHA:2021:15745
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument op grond van het Unierecht wegens onvoldoende duurzame relatie
Eiseres, een Ghanese vrouw, verzocht op 23 januari 2019 om een verblijfsdocument op grond van het Unierecht vanwege haar relatie met een Britse partner. Verweerder stelde een onderzoek in naar de relatie, waarbij eiseres en referent werden gehoord. De aanvraag werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat sprake was van een duurzame en exclusieve relatie.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht een onderzoek instelde, gelet op ervarings- en individuele indicatoren zoals het langdurig illegaal verblijf van eiseres en het significante leeftijdsverschil. De verklaringen van eiseres en referent tijdens de hoorzitting waren vaag, onwetend en tegenstrijdig over essentiële onderwerpen zoals reizen, het begin van de relatie en samenwonen.
De door eiseres overgelegde bewijsstukken konden slechts als ondersteunend bewijs dienen en wisten de twijfel over het bestaan van een duurzame relatie niet weg te nemen. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet onterecht tot het oordeel kwam dat geen duurzame en exclusieve relatie was aangetoond. Ook werd het beroep op schending van de hoorplicht verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.