Uitspraak
1.ECLI:NL:RVS:2004:AS4591
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.068,-.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, werd in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring is inmiddels opgeheven, waardoor de rechtbank zich beperkt tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was en of eiser recht heeft op schadevergoeding.
Eiser stelde dat de machtiging tot binnentreden ontbrak en dat de elektronische handtekening op de machtiging niet verifieerbaar was. Verweerder kon deze handtekening ook niet verifiëren. De rechtbank concludeerde dat zonder verifieerbare handtekening niet kon worden vastgesteld of de machtiging rechtsgeldig was, waardoor de staandehouding onrechtmatig was.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat de onrechtmatigheid van de staandehouding niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid van de bewaring, omdat de belangen van de maatregel in redelijke verhouding stonden tot het gebrek. Eiser had zich niet aan de verplichte medewerking gehouden, waardoor geen lichter middel volstond.
Het beroep tegen de bewaring werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Wel veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, omdat de onrechtmatigheid van de staandehouding vaststond en het beroep tegen de bewaring werd behandeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen, en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.