Uitspraak
Datum uitspraak: 30 april 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
Bij besluit van 22 april 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
In het hoger beroep klaagde de vreemdeling dat de uitspraak van de rechtbank niet in het openbaar was uitgesproken, wat volgens hem in strijd was met artikel 8:78 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat openbaarheid een fundamenteel beginsel is, maar dat het gewijzigde artikel 8:78 Awb Pro sinds 12 juni 2017 ook digitale openbaarmaking toestaat.
De rechtbank had haar werkwijze toegelicht: uitspraken worden digitaal bekendgemaakt en opgeslagen in een openbaar Zaakverloopregister dat voor iedereen toegankelijk is zonder inlog. Partijen worden via notificaties geïnformeerd en kunnen digitaal kennisnemen van de uitspraak. Voor derden die het zaaknummer niet kennen, is het verkrijgen van een afschrift lastiger, maar de rechtbank heeft inmiddels een uitsprakenregister beschikbaar gesteld.
De Afdeling oordeelde dat de klacht terecht is voorgedragen, maar dat deze niet leidt tot vernietiging van de uitspraak. De rechtbank krijgt de gelegenheid haar werkwijze aan te passen om ook belangstellenden zonder zaaknummer beter toegang te bieden. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.