Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.068,-.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gebaseerd op het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, met meerdere zware en lichte gronden.
Eiser stelde dat de ophoudingstermijn met drie minuten was overschreden, wat zijn belangen zou schaden. De rechtbank erkende het gebrek in de ophouding, die langer dan zes uur duurde, maar oordeelde dat dit niet leidde tot onrechtmatigheid van de bewaring omdat het gehoor binnen de termijn had plaatsgevonden en er voldoende gronden voor bewaring waren. Wel werd eiser proceskostenvergoeding toegekend vanwege het gebrek.
Verder voerde eiser aan dat de Staatssecretaris zijn inspanningsplicht had geschonden door niet eerder uitzettingshandelingen te verrichten, en dat een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank verwierp deze stellingen, stellende dat de Staatssecretaris voldoende voortvarend had gehandeld en dat de bewaring proportioneel was gezien de omstandigheden. Het beroep werd ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen, en de Staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en de Staatssecretaris is veroordeeld tot proceskostenvergoeding.