ECLI:NL:RBDHA:2021:15839
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Nederland heeft een verzoek tot overname bij Italië ingediend, waarop Italië niet tijdig heeft gereageerd, waardoor de verantwoordelijkheid vaststaat.
Eiser betoogt dat overdracht naar Italië niet mag plaatsvinden vanwege mogelijke schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU, onder verwijzing naar rapporten over de situatie van asielzoekers in Italië en persoonlijke omstandigheden. De rechtbank overweegt dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Eiser is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is. De rechtbank acht de aangevoerde rapporten en persoonlijke omstandigheden onvoldoende om te concluderen dat de situatie in Italië zodanig gebrekkig is dat overdracht onrechtmatig zou zijn. Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft recent geoordeeld dat Dublinclaimanten in Italië recht hebben op opvang.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig is gemotiveerd en op goede gronden is genomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.