Eisers, ouders en minderjarige familieleden van een referent met een verblijfsvergunning, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor nareis. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat de familierechtelijke relatie onvoldoende was aangetoond en eisers niet beschikbaar waren voor DNA-onderzoek op de Nederlandse ambassade in Ethiopië.
Eisers stelden dat zij door coronamaatregelen en het conflict in Tigray niet konden reizen en verweerder handelde in strijd met de samenwerkingsverplichting door de aanvraag niet aan te houden. De rechtbank oordeelde dat verweerder alle relevante omstandigheden had betrokken en dat het aanbieden van DNA-onderzoek op de ambassade niet onevenredig was. Het niet aanhouden van het onderzoek was niet onzorgvuldig.
De rechtbank stelde dat verweerder terecht naar de reguliere verblijfsprocedure verwees, ook al was de referent inmiddels meerderjarig. Wel werd geoordeeld dat verweerder de informatieplicht had geschonden door eisers pas laat te informeren over deze mogelijkheid, waardoor het bestreden besluit werd vernietigd.
De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand omdat eisers inmiddels op de hoogte zijn van de reguliere aanvraagmogelijkheid. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van €1.496,-. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.