ECLI:NL:RVS:2020:2957
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 april 2019 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na bezwaar verklaarde de staatssecretaris dit bezwaar op 30 december 2019 ongegrond. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat bij een opvolgende mvv-aanvraag nieuwe omstandigheden, zoals het meerderjarig worden van een referent, moeten worden betrokken. Tevens werd geoordeeld dat de staatssecretaris het vertrouwensbeginsel niet had geschonden, maar wel zijn informatieplicht door niet te wijzen op de mogelijkheid van een verblijfsvergunning regulier, wat een schending van de informatieplicht opleverde. Daarnaast mocht de staatssecretaris niet afzien van het horen van de vreemdeling in de bezwaarfase.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 30 december 2019, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand uit oogpunt van definitieve geschilbeslechting. Tevens werd het besluit van 2 oktober 2020 vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van de vreemdeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank en het besluit van 30 december 2019 worden vernietigd, met in stand laten van de rechtsgevolgen van het besluit, en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.