ECLI:NL:RBDHA:2021:1614
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep zelfstandige Turkse ondernemer tegen afwijzing verblijfsvergunning
Eiser, een Turkse zelfstandige ondernemer, diende op 11 maart 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning om als zelfstandige te werken. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf en onvoldoende onderbouwing van het ondernemingsplan en vakinhoudelijke expertise.
Eiser maakte bezwaar en overlegde aanvullende stukken, waaronder een aangepast ondernemingsplan en referenties. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard. In beroep stelt eiser dat hij wel degelijk een wezenlijke bijdrage levert aan de Nederlandse economie en dat verweerder geen eenduidige lijn hanteert bij het voorleggen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO).
De rechtbank oordeelt dat het ondernemingsplan te summier is, met een onvoldoende toegespitste markt- en concurrentieanalyse en onvoldoende onderbouwing van vakinhoudelijke expertise. Tegelijkertijd constateert de rechtbank motiveringsgebreken in het bestreden besluit, zoals onduidelijkheid over de eis van een ondernemingsstrategie en onjuiste tegenwerpingen over debiteuren en investeringen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, bestreden besluit vernietigd, rechtsgevolgen in stand gelaten, vergoeding griffierecht en proceskosten toegewezen.