Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Dat wat eiseres heeft aangevoerd geeft de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat het BMA-advies niet inzichtelijk of concludent is. Eiseres heeft verder ook geen contra-expertise overgelegd waaruit volgt dat aan de conclusies van het BMA moet worden getwijfeld. Uit het BMA-advies volgt dat de noodzakelijke medische zorg aanwezig is in Azerbeidzjan. Volgens het Protocol Bureau Medische Advisering 2016 (het Protocol) beoordeelt het BMA daarbij de (individuele) toegankelijkheid van de zorg. Dit duidt volgens pagina 10 van het Protocol op de bereikbaarheid, betaalbaarheid en
feitelijke beschikbaarheidvan de geïndiceerde behandeling voor de individuele vreemdeling. Voor de stelling van eiser dat de beschikbaarheid niet duidt op het feitelijk verlenen van de zorg bestaat dan ook naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding. De bewijslast voor de stelling van eiseres dat de zorg feitelijk niet aanwezig of beschikbaar is, ligt op grond van de bovengenoemde jurisprudentie bij haar. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt waarom dit in haar geval anders zou moeten zijn. Eiseres erkent verder dat zij geen bewijs heeft kunnen overleggen hieromtrent. De stelling van eiseres dat het BMA advies is gebaseerd op informatie van International SOS, en dat deze informatie daarom niet betrouwbaar of verifieerbaar is, doet hier niet aan af omdat eiseres met deze redenatie niet aannemelijk maakt dat het BMA-advies niet inzichtelijk of concludent is. Daar komt bij dat in het Protocol uitvoerig is beschreven hoe de informatie van International SOS wordt vergaard. Daaruit volgt dat de informatie afkomstig is van specialisten die kennis hebben van de lokale gezondheidszorg.