Eiseres, geboren in 1941 en van Palestijnse afkomst, vroeg via haar zoon (referent) een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor gezinshereniging. De aanvraag werd door verweerder afgewezen met het argument dat het algemeen belang van de Nederlandse overheid zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van eiseres en referent.
De rechtbank oordeelde eerder dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat er geen meer dan gebruikelijke emotionele afhankelijkheid tussen eiseres en referent bestaat. In het bestreden besluit erkende verweerder deze afhankelijkheid wel, maar vond het economisch belang van de staat zwaarder wegen, mede vanwege de medische situatie en leeftijd van eiseres.
De rechtbank stelt dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht of referent in staat is eiseres financieel te onderhouden en dat de motivering van het economisch belang onvoldoende is. Ook is onvoldoende rekening gehouden met de emotionele afhankelijkheid en de objectieve belemmering om het gezinsleven in Syrië uit te oefenen. Daarnaast is niet gemotiveerd waarom het gezinsleven niet in Nederland kan worden voortgezet en waarom Oostenrijk als alternatief zou gelden.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van eiseres.