ECLI:NL:RBDHA:2021:16266
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag EU-verblijfsdocument wegens onvoldoende bewijs ten laste komen referent
Eiseres, een 68-jarige vrouw woonachtig in Marokko, vroeg om een EU-verblijfsdocument om bij haar zoon (referent) in Nederland te kunnen wonen. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet had aangetoond dat zij materieel werd ondersteund door referent gedurende ten minste een jaar zonder onderbrekingen, wat een vereiste is volgens het Unierecht.
In beroep stelde eiseres dat zij vanwege haar leeftijd en gezondheidsproblemen financieel afhankelijk is van referent en dat het in Marokko gebruikelijk is dat kinderen voor hun bejaarde moeder zorgen. Zij voerde aan dat bewijsstukken, waaronder verklaringen van haar kinderen en bewijs van geldtransfers, aantonen dat zij feitelijk onderhouden wordt door referent of gezamenlijk door haar kinderen in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd van haar gezondheidsproblemen en financiële afhankelijkheid. Medische verklaringen betroffen niet haar situatie direct en de overboekingen waren niet aantoonbaar door referent gedaan. Bovendien geldt dat alleen de referent als EU-onderdaan relevant is voor de aanvraag, niet diens broers of zussen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een EU-verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.