ECLI:NL:RVS:2016:1156
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsdocument wegens ontbreken reële afhankelijkheid
De vreemdeling, afkomstig uit Ghana, verzocht om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan op grond van reële afhankelijkheid van haar zoon, een EU-burger die gebruikmaakt van zijn recht op vrij verkeer. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de vreemdeling niet voldoende had aangetoond dat zij niet in staat was om in haar basisbehoeften te voorzien in haar land van herkomst, en dus niet in een situatie van reële afhankelijkheid verkeerde.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met haar bewijsstukken en dat het voor haar onmogelijk was om aan te tonen waaraan de financiële steun was besteed. Tevens verwees zij naar jurisprudentie van het Hof van Justitie die stelt dat ook subjectieve elementen meegewogen moeten worden.
De Raad van State overwoog dat het enkele feit dat de referent over een lange periode regelmatig geld heeft overgemaakt niet automatisch betekent dat de steun noodzakelijk was om in de basisbehoeften te voorzien. De vreemdeling diende ook haar economische en sociale situatie in Ghana te onderbouwen, wat zij niet voldoende had gedaan. Daarom bevestigde de Raad de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag voor het verblijfsdocument wordt bevestigd.