ECLI:NL:RBDHA:2021:16282
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel Italië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep samen met een vergelijkbare zaak behandeld.
De rechtbank constateert dat Italië niet binnen de wettelijke termijn heeft gereageerd op het overnameverzoek, waardoor de verantwoordelijkheid sinds 20 mei 2021 vaststaat en de overdrachtstermijn pas na 20 november 2021 verloopt. De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië blijft gelden, zoals recent bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van aan het systeem gerelateerde structurele tekortkomingen in het Italiaanse asiel- en opvangsysteem die een uitzondering rechtvaardigen. Ook zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder vermeende vijandigheid vanwege zijn Arabische afkomst, zijn niet zodanig bijzonder dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening vereist is.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak, waarin is geoordeeld dat het Italiaanse systeem geen reëel risico op een in strijd met artikel 3 EVRM Pro zijnde behandeling oplevert. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Italië wordt ongegrond verklaard.