ECLI:NL:RBDHA:2021:16321
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië volgens Dublinverordening
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser stelt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in het Italiaanse asiel- en opvangsysteem, onderbouwd met rapporten van de Swiss Refugee Council en het AIDA-rapport, en wijst op de impact van de coronacrisis.
De rechtbank overweegt dat verweerder in het algemeen mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat dit vertrouwensbeginsel in zijn situatie niet opgaat. De aangevoerde rapporten tonen geen wezenlijk ander beeld dan reeds bekend is, en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat het Italiaanse systeem verbeteringen kent en opvang garandeert.
De rechtbank benadrukt dat klachten over voorzieningen in Italië bij de Italiaanse autoriteiten moeten worden ingediend en dat verweerder het bestreden besluit voldoende heeft gemotiveerd. De omstandigheden van eiser zijn niet uitzonderlijk genoeg om toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening te rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.