Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 24 maart 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan Italië volgens de Dublinverordening en een significant risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken. Eiser voerde onder meer aan dat de ophouding niet rechtsgeldig was omdat op het proces-verbaal geen grondslag was aangekruist, en dat onvoldoende voortvarend werd gewerkt aan zijn overdracht.
De rechtbank oordeelt dat ondanks het ontbreken van een expliciete aanduiding op het M105 formulier, uit het proces-verbaal blijkt dat de ophouding op grond van artikel 50, derde lid, Vw is gebaseerd, zodat geen gebrek bestaat. De gronden voor bewaring zijn niet betwist en voldoen aan de vereisten van artikel 5.1b van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Verder is vastgesteld dat de Staatssecretaris voortvarend handelt: vertrekgesprekken vonden plaats op 2 en 20 april 2021, en na ongegrondverklaring van het beroep is direct geprobeerd een vlucht te boeken. De geplande overdrachtsdatum is 23 juni 2021, wat door de omstandigheden en afhankelijkheid van Italiaanse autoriteiten als redelijk wordt beschouwd.
De stelling van eiser dat uitzetting naar Tunesië dreigt, wordt verworpen omdat overdracht aan Italië plaatsvindt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.