Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 23 augustus 2021 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de bewaring onrechtmatig was en dat hij recht had op schadevergoeding. De bewaring werd op 3 september 2021 opgeheven, waarna het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden behandeld.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen rechtsbijstand wenste tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling, waardoor de wachttijd van twee uur niet verplicht was. Tevens was er voldoende grond voor de bewaring, omdat er concrete aanknopingspunten waren voor toepassing van de Dublinverordening en een significant risico bestond dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, onder meer vanwege zijn vertrek met onbekende bestemming op 10 augustus 2021.
Verder was het opleggen van een lichter middel niet passend, gezien het eerdere gedrag van eiser en het ontbreken van doeltreffende minder dwingende maatregelen. De rechtbank vond ook dat de voortvarendheid bij de behandeling van de bewaring voldoende was. Ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid van de bewaring leidde niet tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.