ECLI:NL:RBDHA:2021:16442
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering gezinsleven
Eiser, een Colombiaanse nationaliteit, kreeg zijn verblijfsvergunning ingetrokken omdat hij niet langer voldeed aan de voorwaarden waaronder deze was verleend. Hij maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door verweerder ongegrond werd verklaard. De rechtbank hield een zitting waarbij eiser niet verscheen. Na een mondelinge tussenuitspraak gaf verweerder een aanvullende motivering.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had geoordeeld dat eiser geen hechte persoonlijke banden met zijn dochter en zoon had aangetoond, wat noodzakelijk is voor het aannemen van gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. De verklaringen en financiële ondersteuning waren onvoldoende om van beschermenswaardig gezinsleven te spreken.
Hoewel de rechtbank het beroep gegrond verklaarde vanwege het motiveringsgebrek, werden de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten omdat verweerder dit gebrek met de aanvullende motivering had hersteld. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.