Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, werd op 23 juni 2021 in vreemdelingenbewaring gesteld in het kader van een overdracht naar Italië. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze bewaring en verzocht om schadevergoeding wegens onrechtmatige detentie en de impact van het coronaregime in het detentiecentrum. Verweerder hief de bewaring op 2 augustus 2021 op nadat de overdracht niet binnen de wettelijke termijn kon worden gerealiseerd.
De rechtbank toetste of de bewaring voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was. Uit eerdere rechtspraak bleek dat de bewaring tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. De rechtbank concludeerde dat er na die datum een concreet zicht op overdracht bestond, ondanks weigering van eiser om een PCR-test af te nemen, wat noodzakelijk was voor de overdracht.
Eiser voerde aan dat geen lichter middel was toegepast en dat zijn medische en psychische omstandigheden onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat eiser geen medewerking verleende en dat verweerder terecht geen lichter middel toepaste. Ook het coronaregime vormde geen reden voor opheffing.
De belangenafweging wees uit dat de bewaring niet onevenredig bezwarend was en niet in strijd met het EVRM, de Terugkeerrichtlijn of de Vreemdelingenwet. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.