ECLI:NL:RBDHA:2021:16533
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Verweerder had een overnameverzoek naar Italië gestuurd, waarop niet tijdig werd gereageerd, waardoor een fictief claimakkoord tot stand kwam.
Eiser stelde dat verweerder het verwijderingsbesluit van de Italiaanse autoriteiten niet had vertaald en onvoldoende kennis had genomen, en dat hij vanwege zijn medische situatie aanvullende garanties had moeten vragen. De rechtbank oordeelde dat het niet noodzakelijk was om het verwijderingsbesluit te vertalen en dat verweerder niet verplicht was aanvullende garanties te vragen, mede omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn medische situatie overdracht aan Italië zou verhinderen.
Verder werd geoordeeld dat het prematuur uitbrengen van het voornemen niet onrechtmatig was en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is. Het beroep op artikel 9 van Pro de Dublinverordening faalde omdat schoonfamilie geen gezinsleden zijn in de zin van die verordening. Ook was er geen aanleiding om op grond van artikel 17 lid 1 de Pro asielaanvraag aan Nederland toe te wijzen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.